BIM – Update - Extra  van  december  2000

Wij vragen uw aandacht voor twee belangrijke onderwerpen:

Voorschotnota voor de bedrijfsvereniging en Overhevelingstoeslag

 

1. Correctie voorschotnota over 2000 aan de bedrijfsvereniging

 

Wij herinneren u er nogmaals aan, dat u vóór 31 december 2000 een tussentijdse loonsomopgave aan de bedrijfsvereniging had moeten doen, indien de definitieve premielonen, per sociale verzekeringswet, meer dan 5% en ten minste ¦5.000 hoger zijn dan de premielonen waarop de voorschotnota is gebaseerd. Eigenlijk had u dat al binnen drie maanden, nadat een wijziging is opgetreden waardoor uw loonsom wijzigt, moeten doen. U had daarmede een boete van tenminste 10% kunnen voorkomen. Het is gebleken, dat de bedrijfsverenigingen na jarenlange dreigementen nu voor het eerst daadwerkelijk waarschuwingen en flinke boetes gaan uitdelen. Helaas blijken ook enkele van onze cliënten – ondanks onze regelmatige waarschuwingen – door deze boetes te zijn getroffen. Neem derhalve tijdig (d.w.z. in elk geval vóór 31 december 2000) maatregelen en zorg voor een aangepaste voorschotnota! Het is niet zeker of u daarmee nu nog een boete kunt voorkomen, maar in elk geval staat u bij een bezwaarschrift sterker!

Ten behoeve van de controle kunt u gebruik maken van de bij iedere productie meegeleverde "TOTALEN-STAAT". U kunt de bij de lonen van december vermelde premielonen vergelijken met de premielonen op de voorschotnota 2000 (verwar deze vooral niet met de nota voor 2001!).

Desgewenst kunt u de voorschotnota periodiek dan wel continu door ons laten controleren!

 

 

2 De overhevelingstoeslag verdwijnt

 

Vanaf 1 januari 2001 hoeven werkgevers en uitkeringsinstanties geen overhevelingstoeslag meer te betalen. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor het nettoloon. Om dat te voorkomen moeten werknemers en werkgevers tijdig afspraken maken hoe zij het verdwijnen van de overhevelings­toeslag opvangen. Die afspraken kunt u individueel of collectief maken, maar ze moeten wel schriftelijk worden vastgelegd. Maakt u geen afspraken, dan geldt de verplichte verhoging van het brutoloon: het wettelijke bruteringspercentage.

 

Wettelijk bruteringspercentage

Als er geen afspraken zijn gemaakt tussen werknemers en werkgevers is vanaf 1 januari 2001 één wettelijk bruterings-percentage van toepassing. Deze verhoging van het brutoloon is per 1 januari 2001 1,9%, met een maximum van ƒ1.745 (€ 792) per jaar.

 

Uitzonderingen

Voor sommige uitkeringsgerechtigden is het percentage overhevelingstoeslag op dit moment hoger dan het normale percentage. Het gaat dan om mensen met:

·         een VUT-uitkering ( ontstaan vóór 1 januari 1999), of

·         een bovenwettelijke aanvulling op een WAO- of WW-uitkering (ontstaan vóór 1 januari 1999),

·         enkele andere uitkeringen, met name voor vroegtijdige pensionering.

Voor deze bijzondere groepen bedraagt het bruteringspercentage 5,6%, met een maximum van ƒ4.555 (€ 2.067) per jaar.

 

Wettelijk minimumloon

Op het wettelijk minimumloon is het wettelijke bruteringspercentage van toepassing. Dat zorgt ervoor dat de hoogte van het minimumloon en de uitkeringen gelijk blijft. Voor de uitkeringen die afgeleid zijn van het wettelijk minimumloon, zoals de bijstandsuitkering, geldt dat percentage ook.

 

Welke delen van het loon doen mee?

De wettelijke bruto verhoging geldt als:

1.       het gaat om loon in de zin van de Wet op de loonbelasting, én

2.       als dat loon per betalingstermijn wordt toegekend (dus iedere maand, week, of andere termijn; sommige lonen lopen bijvoorbeeld van de 15e tot de 15e) .

 

Loonafhankelijke onderdelen

Loon dat niet op ieder loonstrookje terugkeert, wordt dus in principe niet verhoogd. Maar als deze onderdelen afhankelijk zijn van het gewone loon, zoals bijvoorbeeld vakantietoeslag, dan worden ze automatisch meeverhoogd. Ook als er over dergelijke variabele loononderdelen in het verleden geen overhevelingstoeslag werd betaald!

 

Loononafhankelijke onderdelen

Er zijn ook loononderdelen die af en toe voorkomen, maar die niet afhankelijk zijn van het loon, zoals bijvoorbeeld een kostenvergoeding. Deze onderdelen worden straks niet gebruteerd en ook niet automatisch meeverhoogd. Als de werkgever daar tot 2001 weloverhevelingstoeslag over betaalde, dan moeten de werkgever en werknemer hiervoor zelf een oplossing vinden. Ook het aanpassen van loonschalen is een zaak voor nader overleg tussen werkgever en werknemer.

 

Loon-in-natura

Soms wordt loon-in-natura (zoals bijvoorbeeld de dagelijkse lunch of vrije kost en inwoning) beschouwd als inkomen waarover premies betaald moeten worden. Telt dit loon-in-natura mee bij de berekening van de overhevelingstoeslag, dan moet dit deel van het loon ook worden gebruteerd vanaf 1 januari 2001.

 

Wanneer gaat de verhoging in?

De wettelijke verhoging van het brutoloon gaat in op de betalingsperiode waarbinnen de datum 1 januari 2001 valt. Loopt het loon bijvoorbeeld van 15 december tot 15 januari, dan geldt de brutering voor die hele periode, niet alleen voor het deel na 1 januari. Voor onderdelen die meestal pas later betaald worden, zoals onregelmatigheidstoeslag en overwerk, geldt hetzelfde. Ook als het werk nog voor 1 januari 2001 is verricht.

Kortom: krijgt u als werknemer na 1 januari 2001 nog loon uitbetaald voor werk dat u in 2000 heeft uitgevoerd, dan geldt het regime mét brutering. Vakantietoeslag wordt meestal pas in mei uitbetaald. Bij het berekenen van de vakantietoeslag wordt het deel dat is opgebouwd van juni tot en met december 2000 gebruteerd. Voor het resterende gedeelte (van januari tot en met mei 2001) geldt automatisch dat het is gebaseerd op het gebruteerde loon.

 

Afspraken maken

De verhoging van de brutolonen heeft gevolgen voor:

het basissalaris, en

loononderdelen die daar bovenop komen, zoals vakantietoeslag, overwerk, onregelmatigheids­toeslag, pensioen, enzovoort.

 

Vooral als iemand in deeltijd werkt of veel loononderdelen heeft die niet elke maand terugkomen (bijvoorbeeld seizoenswerk, overwerk) kunnen de gevolgen voor het nettoloon groot zijn. Ook voor het pensioen heeft het verdwijnen van de overhevelingstoeslag gevolgen.

Goede afspraken tussen werkgever en werknemers kunnen nadelige gevolgen voorkomen. Deze afspraken mogen afwijken van het wettelijk bruteringspercentage als beide het daar mee eens zijn. De afspraken moeten wel schriftelijk worden vastgelegd vóór 1 januari 2001. Als geen afspraken worden gemaakt, dan gelden de wettelijke bepalingen.

 

Deeltijdwerk

Stel een medewerker verdient ƒ100.000 (€ 45.378) en zijn parttime collega (die 50% werkt) precies de helft: ƒ50.000 (€ 22.689). Zou voor beiden hetzelfde bruteringspercentage van 1,9% gelden dan zou de eerste medewerker ƒ1.900 (€ 862 ) in brutoloon stijgen, en de tweede de helft, namelijk ƒ950 (€ 431 ). De voltijdmedewerker is echter gebonden aan het maximum van ƒ1.745 (€ 792). Dan moet voor de deeltijdwerker - in verhouding - ook een maximum gelden.

 

Daarom is afgesproken dat het maximumbedrag ook geldt als iemand korter werkt. Werkt iemand bijvoorbeeld 70%, dan geldt voor die werknemer 70% van het maximumbedrag. Wie 40% werkt, moet rekening houden met 40% van het maximumbedrag. Voor de parttimer uit het voorbeeld geldt dus een maximum van 50% van ƒ1.745 (€ 792), oftewel ƒ872,50 (€ 396). Zo zijn de verhoudingen tussen voltijders en deeltijders gelijk

 

Het kan dus voorkomen dat het bedrag van de brutering voor de deeltijdwerker niet helemaal compenseert wat die werknemer aan overhevelingstoeslag kwijtraakt. Werknemers en werkgevers moeten samen kijken of dit het geval is en hoe ze deze ongewenste effecten dan willen compenseren.

Pensioenen

Door het stijgen van de brutolonen zouden werknemers straks zonder aanpassingen veel meer pensioen kunnen krijgen dan was afgesproken. De pensioenafspraken gaan veelal immers uit van het brutoloon van de werknemer. De brutering kan ook gevolgen hebben voor de hoogte van de franchise die in pensioenregelingen wordt gehanteerd. De uiteindelijke financiële gevolgen zijn sterk afhankelijk van de vorm (-organisaties) hebben tot 1 januari 2005 de tijd om te onderhandelen over de wijze waarop de brutering doorwerkt in het pensioen van pensioenafspraken.

Werkgevers en werknemers. Tijdens die periode heeft de brutering geen effect op de pensioenaanspraken, zodat de werknemer niet meer pensioen opbouwt dan vooraf was afgesproken. Zodra werknemers en werkgevers het eens zijn, kunnen zij deze nieuwe regeling laten ingaan.

De verhoging van het brutoloon als gevolg van de brutering wordt voor het pensioenrecht weer ongedaan gemaakt (‘gedebruteerd’). Voor de pensioenaanspraken blijft dus het ‘oude’ brutoloon gelden. Die situatie blijft zo tot 1 januari 2005, of tot het tijdstip waarop nieuwe afspraken tussen werkgevers en werknemers ingaan. Als geen afspraken worden gemaakt, geldt na 1 januari 2005 het nieuwe bruto loon als basis voor de pensioenaanspraak.

De bruteringsoperatie heeft geen gevolgen voor de ingegane pensioenen.

 

Meer informatie?

Als u naar aanleiding van deze brochure nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de Informatietelefoon van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: 0800- 9051 (gratis), fax: 070 -333 66 55

 

Overig informatiemateriaal

·         De brochure “Het einde van de overhevelingstoeslag” uitgegeven door AWVN en Vereniging VNO-NCW biedt algemene informatie gericht op werkgevers over de brutering van de overhevelings­toeslag.

·         Het Rapport inzake de gevolgen van de brutering van de overhevelingstoeslag voor aanvullende pensioenregelingen van de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen en de Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen gaat specifiek in op mogelijke aanpassingen voor pensioenregelingen.